9 augustus 2017 (oorspronkelijke publicatie: Woonschepencomité Groningen)

Daadwerkelijk varende woonschepen vallen niet onder de nieuwe wetgeving voor woonboten die per 1 januari 2018 van kracht wordt. Varende woonschepen zijn geen bouwwerken en er verandert niets voor deze schepen, zo stelt de minister in antwoord op Kamervragen (p7).

Het Woonschepencomité Groningen (WCG) heeft nauw contact gehad met de behoudsorganisaties voor varend erfgoed en (juridische) deskundigen in Rotterdam en Amsterdam die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de nieuwe wet.

Het beeld is helder en eenvoudig: de uitzondering in de wet voor varende woonschepen is mede ingegeven door het feit dat het varend erfgoed moet kunnen blijven varen. Dat wil zeggen: dat voor een varend (historisch-woon-)schip niet elke keer dat er gevaren wordt een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd hoeft te worden. Dat is alleen mogelijk als het schip niet omgevingsvergunningplichtig (geen bouwwerk) is.

Vandaar dat in de Memorie van Toelichting (p12) uitdrukkelijk wordt gesteld dat deze schepen daadwerkelijk moeten varen, al is het slechts af en toe.

Het is dus nadrukkelijk niet de bedoeling dat een vage tussencategorie ontstaat van woonschepen die lijken op schepen die zouden kunnen varen maar dat niet doen, kunnen of mogen. Het is de eigenaar die aan zal moeten geven of er gevaren wordt en daarmee of er sprake is van een schip "gebruikt voor verblijf en bestemd en gebruikt voor de vaart" zoals omschreven in de uitzonderingsmogelijkheid die de nieuwe wet biedt.

De verwachting is dat slechts een klein deel van alle woonschepen daadwerkelijk varend zal blijven, ook door steeds strengere eisen en hoge kosten om te kunnen/mogen varen. Over de eisen van het Bouwbesluit hoeven bestaande woonschepen zich geen zorgen te maken dankzij de brede overgangsregeling.

Noorderhaven, Groningen

De gemeente is dus aan zet om een gunstig klimaat te scheppen om te voorkomen dat nu nog varende woonschepen stoppen met varen en kiezen voor de status van bouwwerk. En dat begint met het bieden van rechtszekerheid voor varende woonschepen die vergelijkbaar is met die van bouwwerken. Dit is in Groningen vooral relevant voor de Noorderhaven waar de keuze tussen varen en niet varen scherp gesteld zal gaan worden als gevolg van de nieuwe wet- en regelgeving.

De Verordening Openbaar Vaarwater (art. 21) stelt dat in de Noorderhaven alleen varende woonschepen mogen liggen. Dat is bij toelating tot de haven door de havendienst beoordeeld, vanaf 2010 zelfs met toestemmingsbrieven. In de praktijk voldoen de schepen in de Noorderhaven over het algemeen goed aan de zes globale beoordelingscriteria die de nieuwe wet noemt om een varend schip ("bestemd voor de vaart") te omschrijven. De schepen in de Noorderhaven hoeven echter niet daadwerkelijk te varen, het is geen voorwaarde in de Verordening en dat is onlangs door de gemeente bevestigd in deze brief aan de Noorderhavenbewoners. Daarnaast is verzuimd om het begrip "varend schip" te omschrijven in de begripsbepalingen van de Verordening Openbaar Vaarwater.

De schepen zouden dus ingedeeld kunnen gaan worden in vaste liggers (bouwwerken) en daadwerkelijk varende schepen (geen bouwwerken). De keus ligt zoals gezegd bij de eigenaar. De gemeente zal de huidige eigenaren van schepen in de Noorderhaven niet kunnen verplichten te varen.

Dirk van Driel, voorzitter Woonschepencomité Groningen (2013-2019)

pdf-versie van dit artikel


dirkvandriel.nl