De invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft gevolgen voor de formaliteiten voor de (ver)bouw van een drijvend bouwwerk. Eerder moest voor deze activiteit een omgevingsvergunning aangevraagd worden, nu volstaat in principe een melding. Maar er zijn nog steeds regels en die worden getoetst door een kwaliteitsborger. Een gemeente kan in het Omgevingsplan opnemen dat voor het bouwen/plaatsen van een drijvend bouwwerk een omgevingsvergunning nodig is (binnenplanse vergunningplicht voor bouwen).
Tot 2032 geldt een overgangsperiode waarbij de oude regelingen en verordeningen gebruikt mogen blijven worden.
Overgangsrecht
Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO, kenniscentrum van de overheid) stelt in dit artikel in december 2025:
"Het overgangsrecht is bijzonder. Voor woonboten die al voor 1 januari 2018 bestonden, was dit geregeld in artikel 131 van de Woningwet (ingevoerd door de Wet verduidelijking voorschriften woonboten). Dit recht betekende dat deze woonboten niet aan de eisen van het Bouwbesluit 2012 hoefden te voldoen. Maar vanaf 1 januari 2024 is artikel 131 uit de Woningwet verwijderd (door de Invoeringswet Omgevingswet, zie pagina 161). Het ministerie van BZK (VRO) is op de hoogte en overweegt welke stappen te nemen. Het is momenteel juridisch onduidelijk in hoeverre de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) op deze woonboten van toepassing zijn, zoals bij verplaatsing. Wel is duidelijk dat de specifieke zorgplicht voor bestaande bouwwerken (artikel 3.5) en artikel 6.4 (brandveiligheid) van het Bbl altijd van toepassing zijn."
Gevolgen Omgevingswet voor gemeentelijke verordeningen
Gemeentes moeten al hun bestaande verordeningen van vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet doorlopen en besluiten wat wel en niet naar het omgevingsplan gaat. In sommige gevallen is er een verplichting om bepaalde regels in het omgevingsplan op te nemen. Een gemeente heeft tot eind 2031 de tijd om deze regels in het omgevingsplan op te nemen. Sommige andere regels mogen juist niet in het omgevingsplan. En dan zijn er nog regels die in het omgevingsplan mogen, maar ook in een aparte verordening.
In de overgangsperiode tot 2032 kan de gemeente in veel gevallen nog bestaande verordeningen wijzigen of zelfs een nieuwe verordening op het gebied van de fysieke leefomgeving opstellen.