Varende (woon-)schepen langer dan 20 meter of met een waterverplaatsing van meer dan 100m3 (blokvolume) moeten per 1 januari 2019 beschikken over een certificaat van onderzoek om te mogen varen. Tot 1 januari 2019 gold voor bestaande schepen een permanente soepele overgangsregeling voor de keuring maar na deze datum zullen schepen gekeurd worden volgens nieuwbouwnormen. Het overgrote deel van de oudere (historische) schepen zal niet aan die eisen kunnen voldoen en zal dus niet meer mogen varen als ze niet voor 1 januari 2019 gekeurd zijn. Deze schepen moeten dan aan de wal blijven liggen en mogen alleen nog met behulp van sleepboten worden verplaatst.
De overgangsregeling vervalt indien het schip niet elke 7 jaar herkeurd wordt (lees meer).
Historische schepen die na het verlopen van de overgangsregeling gecertificeerd willen worden moeten als traditioneel vaartuig erkend worden om een aangepast certificaat te kunnen krijgen. Daarvoor is hoofdstuk 24 van de Europese Standaard Technische Voorschriften Binnenschepen (ES-TRIN) inmiddels ingevuld. (toelichting)
Indien een schipper wordt aangehouden tijdens het varen met een niet gecertificeerd schip, riskeert hij een boete van 1250 euro en stillegging van het schip. Bron: Inspectie IL&T, 2019
In schipperskringen wordt nog regelmatig gesproken over "CvO" (Certificaat van Onderzoek) of "CBB" (Communautair Binnenvaartcertificaat).
Sinds 2023 wordt in Nederland het Unie Binnenschipcertificaat (UBC) afgegeven.
Het UBC is enigszins te vergelijken met de APK voor auto's, maar dan eens in de 7 jaar. Het onderwaterschip wordt op een werf door een expert gekeurd en de uitrusting van het schip ondergaat een inspectie (veiligheidskeuring). Dit gedeelte van de keuring kan ook plaats vinden als het schip in het water ligt.